Lego stenen zijn gebouwd op een raster van 8 mm. Eén nop neemt 8 mm in beslag, een steen is zonder nop 9,6 mm hoog, een plaatje 3,2 mm, en elk onderdeel is 0,2 mm korter dan zijn raster: een 2×4-steen meet dus 31,8 × 15,8 × 9,6 mm, plus ongeveer 1,7 mm nop.
Dat zijn de nominale maten: de waarden waarmee Lego ontwerpt en waarmee jij rekent als je iets plant. Echte stenen wijken daar fracties van een millimeter van af, en over de nop zelf zijn de bronnen het niet helemaal eens. We houden die twee uit elkaar: eerst de ontwerpmaten en omrekentabellen, daarna wat metingen en Lego's eigen documenten over toleranties zeggen.
De belangrijkste Lego maten op een rij
| Maat | Nominaal | Opmerking |
|---|---|---|
| Nopafstand (hart op hart) | 8,0 mm | De basis van het raster |
| Breedte van een 1×1-steen of -plaatje | 7,8 mm | 8 mm min 0,1 mm aan elke kant |
| Hoogte van een steen zonder nop | 9,6 mm | Drie plaatjes |
| Hoogte van een plaatje zonder nop | 3,2 mm | Een derde steen |
| Diameter van de nop | 4,8 mm | Gemeten noppen komen uit op ongeveer 4,9 mm |
| Hoogte van de nop | ongeveer 1,7 mm | Bronnen noemen 1,6 tot 1,8 mm |
| Steen 2×4 | 31,8 × 15,8 × 9,6 mm | Zonder noppen |
| Duplo-steen | in elke richting twee keer zo groot | Een Duplo-steen 2×4 meet ongeveer 64 × 32 × 19,2 mm |
Alles draait om die nopafstand van 8 mm. Een steen of plaatje is altijd een heel aantal noppen lang en breed, en de buitenmaat is dat aantal keer 8 mm, min 0,2 mm. De ontbrekende tiende millimeter aan elke kant laat wat ruimte tussen twee stenen naast elkaar. Als je een steen op noppen drukt, buigen de wanden een heel klein beetje naar buiten. Zonder die speling zouden de stenen in een muur elkaar uit elkaar duwen.
Voor de hoogte geldt een andere regel. Een steen is 9,6 mm hoog, 1,2 keer de nopafstand, dus een 1×1-steen is geen kubus. Lego zegt het op de eigen hulppagina's simpel: drie gestapelde plaatjes zijn precies even hoog als één steen.
Een octrooitekst van Lego A/S noemt dezelfde waarden: een 2×4-steen van ongeveer 3,2 cm lang, 1,6 cm breed en zonder noppen 0,96 cm hoog, met noppen van ongeveer 0,48 cm doorsnede. Een Duplo-steen is in alle drie de richtingen twee keer zo groot, dus ongeveer 6,4 × 3,2 × 1,92 cm met noppen van 0,96 cm.
Noppen omrekenen naar mm en cm
Bij het omrekenen tellen twee lengtes. De rastermaat, noppen keer 8 mm, is de ruimte die een stuk in een groter model inneemt, en de afstand tussen onderdelen op hetzelfde plaatje. De onderdeellengte, rastermaat min 0,2 mm, meet je met een schuifmaat aan één losse steen of één los plaatje.
| Noppen | Los onderdeel (mm) | Rastermaat (cm) |
|---|---|---|
| 1 | 7,8 | 0,8 |
| 2 | 15,8 | 1,6 |
| 3 | 23,8 | 2,4 |
| 4 | 31,8 | 3,2 |
| 6 | 47,8 | 4,8 |
| 8 | 63,8 | 6,4 |
| 10 | 79,8 | 8,0 |
| 12 | 95,8 | 9,6 |
| 16 | 127,8 | 12,8 |
| 24 | 191,8 | 19,2 |
| 32 | 255,8 | 25,6 |
| 48 | 383,8 | 38,4 |
Andersom gaat het net zo snel: centimeters keer 1,25 geeft noppen, want 10 cm is precies 12,5 noppen, en een meter is 125 noppen. Rond naar beneden af als het resultaat in een opening moet passen, en naar boven als het model iets moet afdekken. Voor Amerikaanse bouwplannen: een inch is ongeveer 3,2 noppen.
Hoogtes in plaatjes en stenen
| Stapel | Hoogte zonder bovenste nop |
|---|---|
| 1 plaatje | 3,2 mm |
| 2 plaatjes | 6,4 mm |
| 1 steen (3 plaatjes) | 9,6 mm |
| 2 stenen | 19,2 mm |
| 5 stenen | 48,0 mm |
| 10 stenen | 96,0 mm |
De nop tel je maar één keer mee, bovenop de stapel: een zuil van tien stenen is 96 mm plus ongeveer 1,7 mm hoog. Wie in plaatjes denkt, plant hoogtes makkelijker, want elke steen bestaat uit drie plaatjes en, op een paar speciale onderdelen na, is elke hoogte in een model een heel aantal plaatjes.
Vijf gestapelde stenen zijn 48 mm hoog, precies zo breed als zes noppen. Die verhouding van 5 op 6 tussen steenhoogte en nopbreedte verklaart waarom een toren van stenen nooit even hoog als breed uitkomt. Het is ook het uitgangspunt voor zijwaarts bouwen.
SNOT: zijwaartse onderdelen gelijk laten uitkomen
SNOT staat voor "studs not on top": onderdelen worden op hun zij of ondersteboven gebouwd, zodat hun noppen naar buiten wijzen. Om zo'n stuk gelijk te laten aansluiten op de rest van het model, moet de dikte overeenkomen met een heel aantal noppen. Deze combinaties komen precies uit:
| Zijwaartse stapel | Hoogte | Komt overeen met |
|---|---|---|
| 1 steen + 2 plaatjes (of 5 plaatjes) | 16,0 mm | 2 noppen |
| 5 stenen (15 plaatjes) | 48,0 mm | 6 noppen |
| 1 plaatje + 1 tegel + de dunne staande rand van een beugel | 8,0 mm | 1 nop |
De eerste regel gebruik je het vaakst: twee noppen zijn vijf plaatjes. Dat werkt voor elk even aantal noppen. Bij oneven aantallen wordt het lastiger, want één nop is tweeënhalf plaatje, en halve plaatjes bestaan niet. Dat halve plaatje komt meestal van de dunne staande rand van een beugel, die een half plaatje dik is.
Jumperplaatjes lossen hetzelfde probleem in het platte vlak op. Hun ene, gecentreerde nop verschuift wat erop staat met een halve nop, 4 mm. Zo zet je een detail van één nop breed precies in het midden van een vlak van twee noppen.
Ook Technic-stenen volgen de verhouding 5 op 2. Stapel een Technic-steen, twee plaatjes en nog een Technic-steen, en de gaten liggen 16 mm uit elkaar, twee noppen, zodat een Technic-balk de stapel verticaal kan verstevigen. Eén detail verrast veel bouwers: de pengaten in Technic-stenen zitten ongeveer 0,2 mm hoger dan het exacte midden van de steen, zodat er onderin ruimte voor noppen blijft. Noppen die je in die gaten steekt, zitten daardoor net iets anders dan bij een echte steen met nop op de zijkant. In een statisch model zie je dat zelden. Naast panelen op echte SNOT-stenen kan het wel een klein trapje opleveren.
Diagonalen komen maar in een paar combinaties uit op hele noppen. De klassieker is de 3-4-5-driehoek: een schoor die 3 noppen in de ene en 4 in de andere richting overbrugt, is precies 5 noppen lang. De 6-8-10-driehoek werkt op dezelfde manier.
Een model, plank of MOC in noppen plannen
Plan eerst in noppen en plaatjes en reken pas aan het eind om naar centimeters. Voor de meeste MOC's volstaat ruitjespapier met één hokje per nop, plus een aparte notitie voor hoogtes in plaatjes. Bouwprogramma's op basis van de LDraw-onderdelenbibliotheek gebruiken een eigen eenheid: 1 LDU is ongeveer 0,4 mm, dus een nop is 20 LDU breed, een steen 24 LDU hoog en een plaatje 8 LDU. Met die hele getallen blijft elke positie op het raster. Plan je een eigen ontwerp, dan legt onze gids over Lego MOC's uit hoe je begint.
Een paar gangbare oppervlaktes, doorgerekend:
- Modulaire gebouwen: ze staan op een bouwplaat van 32×32, op het raster 25,6 cm. Lego noemt zijn 32×32-bouwplaat ruim 25 cm in het vierkant. Een afgebouwd pand kan breder zijn dan de plaat als balkons, borden of kroonlijsten uitsteken: Lego geeft Hoekpand in tudorstijl 10350 op als ruim 26 cm breed. Onze gids voor je eerste modulaire Lego-gebouw vergelijkt de opgegeven maten.
- Speed Champions: sinds 2020 zijn de auto's 8 noppen breed, 6,4 cm op het raster, in plaats van de eerdere 6 noppen (4,8 cm). Spiegels kunnen er iets buiten steken.
- Treinen: treinen in City-stijl zijn 6 noppen breed, veel vitrinetreinen 8. In onze ervaring passen wagons van 8 noppen breed niet door een station dat voor smallere treinen is gebouwd. Plan perrons, tunnels en bruggen daarom op de breedste trein die je hebt.
- Bouwplaat 48×48: 38,4 cm op het raster, anderhalf keer de oppervlakte van een modulair gebouw.
Voor planken en vitrines ga je uit van de maat die Lego voor het afgebouwde model opgeeft, niet van het aantal noppen van de bouwplaat. In die opgegeven maat zit alles wat uitsteekt. Onze gids over Lego-planken rekent diepte en hoogte door voor gangbare modellen.
Toleranties: wat de nominale maten niet vertellen
Alle waarden in de tabellen hierboven zijn nominaal. Echte stenen komen er heel dicht bij, maar zijn niet identiek, en zorgvuldige metingen laten dat zien:
| Wat is gemeten | Nominaal | Gemeten |
|---|---|---|
| Nopafstand, over een muur van Technic-balken bij 25 °C | 8,0 mm | 7,986 mm |
| Steenhoogte, afgeleid uit dezelfde reeks | 9,6 mm | 9,582 mm |
| Hoogte van een plaatje, afgeleid uit dezelfde reeks | 3,2 mm | 3,194 mm |
| Diameter van de noppen, stenen van de jaren zestig tot nu, micrometer | 4,8 mm | 4,87 tot 4,90 mm |
| Breedte van 2×4-stenen, dezelfde micrometerreeks | 15,8 mm | ongeveer 15,9 mm |
| Lengte van 2×4-stenen, dezelfde micrometerreeks | 31,8 mm | ongeveer 31,9 mm |
De noppen zijn het interessantste geval. Gemeten noppen liggen steeds ongeveer een tiende millimeter boven de ontwerpwaarde van 4,8 mm, en dat is waarschijnlijk bewust: een iets grotere nop dwingt de wanden van de steen erboven om mee te buigen, en precies dat zorgt voor de klemkracht. Sommige tabellen ronden de nop daarom af op 5 mm. Ook de hoogte van de nop verschilt per bron, van 1,6 tot ongeveer 1,8 mm, en verticale metingen hangen af van hoe stevig de stenen op elkaar zijn gedrukt.
Een productietolerantie voor Lego's matrijzen hebben we in geen enkele publicatie van Lego gevonden. Online circuleren heel kleine getallen, maar geen daarvan is terug te voeren op een uitspraak van Lego, dus die herhalen we hier niet. Het dichtst in de buurt komt de octrooitekst van hierboven: volgens die tekst mogen deze maten hooguit 1 % afwijken om onderdelen compatibel en koppelbaar te houden. Bij een steen van 32 mm is 1 % ongeveer 0,3 mm. Dat is een definitie van wat nog compatibel is, niet de nauwkeurigheid van een productiematrijs.
Duplo volgt dezelfde logica op dubbele schaal. Volgens Lego passen alleen Lego-onderdelen met een even aantal noppen op Duplo, zoals een steen van 2×2 of 2×4, terwijl een steen van 1×2 of 2×3 niet past. Lego stenen houden ook op Duplo-stenen met holle noppen.
Bouwstenen van andere merken
Gewone stenen van andere merken gebruiken hetzelfde raster van 8 mm. Bij ons eigen bouwen is het raster bijna nooit het probleem, de klemkracht wel. Stenen van andere fabrikanten zitten vaak net te los of net te vast, en sommige sets hebben allebei. Bij plaatjes waar minifiguren op staan, hebben we losse plaatjes van een ander merk vervangen door Lego plaatjes, omdat de figuren steeds omvielen. De grote bouwplaten van 50×50 van BlueBrixx houden in onze ervaring ongeveer even goed als die van Lego, maar ze zijn iets dikker, wat je ziet als je ze naast Lego bouwplaten legt.
Onze vergelijking BlueBrixx vs Lego gaat dieper in op de pasvorm en legt ook uit waarom de Diamond Blocks van BlueBrixx een kleiner systeem zijn dat niet op gewone stenen past. Lumibricks noemt zijn stenen compatibel met de maten van het Lego systeem; dat is een claim van de fabrikant. Wat dat betekent voor de verlichting lees je in onze gids over Lumibricks. Als we in een MOC kleuren aanvullen met onderdelen van andere merken, kloppen de maten. Test clips, scharnieren en Technic-verbindingen toch eerst, voordat je ze gebruikt in iets dat beweegt of gewicht draagt.
Veelgestelde vragen over de afmetingen van Lego stenen
Hoe groot is een Lego steen in mm?
Een gewone 2×4-steen is 31,8 mm lang, 15,8 mm breed en zonder noppen 9,6 mm hoog. De noppen voegen daar ongeveer 1,7 mm aan toe. Een 1×1-steen meet 7,8 × 7,8 × 9,6 mm.
Hoeveel plaatjes zijn één steen?
Drie. Een plaatje is 3,2 mm hoog en een steen 9,6 mm, en Lego bevestigt dat drie gestapelde plaatjes precies even hoog zijn als één steen.
Hoeveel noppen is een centimeter?
Een centimeter is 1,25 nop. Om een lengte in centimeters om te rekenen naar noppen, vermenigvuldig je die met 1,25. Een meter is 125 noppen.
Zijn Duplo-stenen twee keer zo groot als Lego stenen?
Ja, in alle drie de richtingen. Een Duplo-nop heeft de afstand van twee Lego noppen. Daarom passen Lego-onderdelen met een even aantal noppen op Duplo, en onderdelen met een oneven aantal niet.
De getallen om te onthouden
- 8 mm per nop, en elk onderdeel is 0,2 mm korter dan zijn raster.
- 9,6 mm per steen en 3,2 mm per plaatje, drie plaatjes per steen.
- 2 noppen = 5 plaatjes en 6 noppen = 5 stenen voor zijwaarts bouwen.
- Noppen × 0,8 geeft centimeters, centimeters × 1,25 geeft noppen.
- Plan planken en vitrines op de opgegeven maat van het model, niet op het aantal noppen van de bouwplaat.



